Beste alarmsysteem kiezen: waar let je op?
Een heldere checklist om alarmsystemen te vergelijken en het beste systeem voor jouw woning te kiezen.
ADVIES
Klasse 1 en 2 zijn risicoklassen van de VRKI, de indeling die het CCV voor verzekeraars publiceert: je klasse hangt af van de waarde van de attractieve zaken in je inboedel. In klasse 1 is een alarm in de gewone combinatie niet nodig; vanaf klasse 2 hoort er een alarm bij dat is aangesloten op een particuliere alarmcentrale.
Bijgewerkt op

De Verbeterde Risicoklassenindeling (VRKI 2.0) is een instrument van het Verbond van Verzekeraars. Het CCV, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, beheert en publiceert hem. De VRKI maakt een globale inschatting van het risico op inbraak en deelt een woning in een risicoklasse in, van 1 (het laagste risico) tot en met 4. Bij elke klasse horen maatregelen.
De VRKI is niet wettelijk verplicht. Volgens het CCV gebruiken veel verzekeraars hem om de premie van een inbraakverzekering te bepalen, en verzekeraars mogen ook eigen eisen stellen.
De klassen 1 tot en met 4 die het CCV voor woningen publiceert, zijn deze risicoklassen. Staat er een klasse in je polis, vraag dan na welke indeling en welke versie je verzekeraar bedoelt.
Bij een woning telt alleen de waarde van de attractieve zaken in je inboedel: spullen die makkelijk mee te nemen en te verkopen zijn. De VRKI noemt audiovisuele en computerapparatuur, sieraden, contant geld en waardepapieren, en bijzondere bezittingen zoals antiek, kunst, muziekinstrumenten en verzamelingen. De grenzen in versie 2026:
| Waarde attractieve zaken | Risicoklasse |
|---|---|
| tot en met 75.000 euro | 1 |
| 75.001 tot en met 125.000 euro | 2 |
| 125.001 tot en met 175.000 euro | 3 |
| meer dan 175.000 euro | 4 |
De versies van 2023 en 2025 hadden lagere grenzen: 50.000, 100.000 en 150.000 euro. Kijk dus welke versie je verzekeraar gebruikt. Het type woning en de ligging tellen voor de klasse niet mee; een adviseur neemt die wel mee in het advies.
In klasse 1 is de gewone combinatie: standaard organisatorische maatregelen (O1) en bouwkundige beveiliging op niveau BK2. Bij O1 horen onder meer sleutelbeheer, een vaste sluitronde, afspraken met de buren en verlichting. BK2 betekent dat bereikbare ramen en deuren drie minuten inbraakwerend zijn, met een beveiliging tegen cilindertrekken.
Bij een woning mag dat via het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Een alarm is in deze combinatie niet nodig.
Zijn goed geteste sloten technisch niet aan te brengen, dan mag het ook met eenvoudiger hang- en sluitwerk (BK1), maar dan hoort er wel een alarm bij.
Bij dat alarm hoort geen alarmcentrale: binnen klinkt een luid alarm, buiten is een lichtsignaal te zien, en een melding kan naar je telefoon gaan. Bewoners, buren of sleutelhouders volgen het alarm op.
Vanaf klasse 2 hoort er in elke combinatie een alarmsysteem bij dat is aangesloten op een particuliere alarmcentrale. De gewone combinatie is dezelfde bouwkundige beveiliging als in klasse 1 (BK2), plus een alarm (EL2), een verbinding met de alarmcentrale (AT2) en opvolging (RE2):
Lees ook alarmsysteem met meldkamer en particuliere alarmcentrale.
In klasse 3 komen er zwaardere eisen bij, zoals een dubbele verbinding met de alarmcentrale: een vaste verbinding plus een mobiel netwerk. Klasse 4 is bij woningen altijd maatwerk, in overleg met de verzekeraar.
Voor elk alarmniveau vraagt de VRKI gecertificeerde onderdelen, een alarm dat je hoort en ziet, en minstens één onderhoudsbeurt per jaar. Bij een woning mogen draadloze onderdelen tot en met niveau EL3. Vanaf klasse 2 horen de centrale van het alarmsysteem en de doormelder in een kast die met een sleutel op slot kan, zoals de meterkast.
Het beveiligingsbedrijf bepaalt de klasse, op basis van de waarde die jij opgeeft. Dat komt in een intakedocument. Daarin staan je wensen, de waarde van je attractieve zaken, de vastgestelde klasse en de geadviseerde maatregelen.
Je hoeft het niet te tekenen, maar dat wordt wel aangeraden. Wijk je naar beneden af van het advies, of gaat het om klasse 4, dan gaat het document ter ondertekening naar je verzekeraar. Het intakedocument waarschuwt dat afwijken van de VRKI gevolgen kan hebben voor wat je verzekeraar uitkeert.
Zelf kun je een eerste inschatting maken met de VRKI-tool van het CCV. Volgens het CCV vervangt die geen deskundig advies.
De VRKI schrijft zelf geen certificaat voor. Vraag je verzekeraar welk certificaat die van het installatiebedrijf verwacht, en vraag het bedrijf welk certificaat het heeft.
Vraag bij elke offerte uitdrukkelijk of het systeem en de opvolging voldoen aan de klasse en de versie die je verzekeraar vraagt, en laat dat op papier zetten. Koop je later dure spullen bij, dan kan je klasse veranderen: geef dat door aan je beveiligingsbedrijf. Meer over verzekeren lees je in inbraak en je verzekering.
Klasse 1 is de laagste risicoklasse van de VRKI: in versie 2026 gaat het om hooguit 75.000 euro aan attractieve zaken. De gewone combinatie is bouwkundige beveiliging op niveau BK2, drie minuten inbraakwerend, plus organisatorische maatregelen. Een alarm is dan niet nodig.
Vanaf klasse 2 hoort er een alarm bij dat is aangesloten op een particuliere alarmcentrale, die bij een alarm je sleutelhouders belt. Klasse 2 geldt in versie 2026 bij 75.001 tot en met 125.000 euro aan attractieve zaken.
Nee, de VRKI is niet wettelijk verplicht. Volgens het CCV gebruiken veel verzekeraars hem wel om de premie van een inbraakverzekering te bepalen, en verzekeraars mogen ook eigen eisen stellen. Vraag na welke klasse en versie jouw verzekeraar bedoelt.
Het beveiligingsbedrijf, op basis van de waarde die jij opgeeft; dat komt in een intakedocument. Zelf kun je een eerste inschatting maken met de VRKI-tool van het CCV, maar die vervangt volgens het CCV geen deskundig advies.
Meer vragen? Bekijk alle vragen over inbraakpreventie.
Doe de korte woningcheck en maak een begin met je eigen checklist.
Doe de woningcheck